Visser & van Eck
Voltairetuin 1
2908 XJ Capelle a/d IJssel
Postbus 765
2900 AT Capelle a/d IJssel
Tel: 010-451 43 55
Fax: 010-458 84 77
E-mail: info@visservaneck.nl
Voor ondernemers die weinig omzetbelasting (in de volksmond meestal BTW genoemd) behoeven af te dragen, is de kleine-ondernemersregeling in het leven geroepen, veelal ook
aangeduid met de termen k/o-regeling of KOR.
Toepassing van de kleine-ondernemersregeling kan betekenen dat minder (of zelfs helemaal geen) BTW betaald behoeft te worden en dat ontheffing van de administratieve verplichtingen voor de BTW gevraagd kan
worden. De ontheffing houdt onder meer in dat de ondernemer geen aangifte meer hoeft te doen. Men moet wel de facturen bewaren voor een eventuele controle.
Er gelden 4 voorwaarden voor toepassing van de kleine-ondernemersregeling:
Hoe groot de belastingvermindering is, hangt af van het btw-bedrag dat in een jaar betaald zou moeten worden, zie hierna.
Een aantal aandachtspuntjes van de kleine-ondernemersregeling:
- Verhuurders van onroerende zaken die hebben geopteerd voor belaste verhuur mogen de kleine-ondernemersregeling niet toepassen.
- De kleine-ondernemersregeling is niet van toepassing op de omzetbelasting die een ondernemer of een niet-ondernemer op een factuur heeft vermeld, maar die volgens de BTW-wetgeving niet verschuldigd is.
- Een ondernemer die meer dan één bedrijf heeft moet deze soms voor de toepassing van de kleine-ondernemersregeling gezamenlijk in aanmerking nemen. De kleine-ondernemersregeling geldt namelijk
voor de ondernemer en niet voor de onderneming.
Een ondernemer met 2 of 3 eenmanszaken telt het totaal bij elkaar op om te beoordelen of hij recht heeft op de vermindering. Heeft een ondernemer
een eenmanszaak en is hij daarnaast vennoot in een v.o.f., dan moet de kleine-ondernemersregeling voor de beide ondernemingen apart beoordeeld worden. Voor de BTW geldt de v.o.f. namelijk als de
ondernemer.
- Als men in de loop van het jaar een onderneming begint of beëindigt of een bedrijf overneemt, dan heeft men recht op de volledige vermindering van de kleine-ondernemersregeling. De vermindering
behoeft dus niet tijdsevenredig berekend te worden, maar geldt per (boek)jaar.
- Het voordeel van de belastingvermindering van de kleine-ondernemersregeling moet opgeteld worden bij de jaarwinst voor de inkomstenbelasting.
De vermindering voor kleine ondernemers is niet vastgesteld op een vast bedrag, maar vormt een glijdende schaal. De vermindering is kleiner naarmate de af te dragen omzetbelasting (= verschuldigde belasting minus de voorbelasting) dichter bij de grens van € 1.883 ligt*²:
De vermindering ingevolge de k/o-regeling kan op 2 manieren berekend worden.
| BTW Bedrag Afdracht naar schatting per jaar | Maximale voorlopige vermindering per kwartaal | Maximale voorlopige vermindering per maand |
|---|---|---|
| niet meer dan € 1.345 | Het belastingbedrag | Het belastingbedrag |
| meer dan € 1.345, maar niet meer dan € 1.475 | € 250 | € 83 |
| meer dan € 1.475, maar niet meer dan € 1.611 | € 159 | € 53 |
| meer dan € 1.611, maar niet meer dan € 1.747 | € 68 | € 23 |
| meer dan € 1.747 | € 0 | € 0 |
Als u zaken doet met ondernemers in andere (EU-)landen of als een verleggingsregeling wordt toegepast, dan gelden er bijzondere regels bij de berekening van de vermindering. Het voert te ver om deze regels in dit artikel te bespreken.
Als het aannemelijk is dat een ondernemer jaarlijks niets hoeft te betalen na toepassing van de vermindering ingevolge de kleine-ondernemersregeling, dan kan hij worden ontheven van de
administratieve verplichtingen voor de BTW door het indienen van een schriftelijk verzoek bij de inspecteur. Uiteraard zal op enigerlei wijze aangetoond moeten kunnen worden, dat men jaarlijks minder dan € 1.345 verschuldigd
is. De inspecteur beslist op het verzoek bij beschikking, waartegen eventueel bezwaar aangetekend kan worden. Als de ontheffing wordt verkregen, dan gaat deze in bij het begin van het eerstvolgende (boek)jaar.
Aan het verlenen van de ontheffing zijn 2 voorwaarden verbonden:
1. op uit te reiken facturen mag geen omzetbelasting vermeld worden;
2. inkoopfacturen moeten 7 jaar bewaard worden.
Als voordelen van de ontheffing kunnen genoemd worden de administratieve lastenverlichtingen: men behoeft niet meer te voldoen aan de administratieve verplichtingen die gelden voor
de omzetbelasting, en men is niet meer verplicht tot het doen van periodieke aangiften. (Wel verstuurt de Belastingdienst ieder jaar een vragenformulier, op basis waarvan men beoordeelt of de ontheffing
voortgezet kan worden.)
Er kunnen ook nadelen verbonden zijn aan de ontheffing van de administratieve verplichtingen. Men kan de in rekening gebrachte BTW niet meer terugkrijgen in gevallen waarbij de voorbelasting meer bedraagt dan de
verschuldigde belasting. Dit kan zich voor doen bij grotere investeringen. Er mogen geen facturen afgegeven worden met vermelding van omzetbelasting, ook niet als afnemers (ondernemers) hier om vragen. De
ontheffing heeft dan ook alleen maar zin voor ondernemers die (bijna) uitsluitend prestaties verrichten ten behoeve van particulieren en/of ondernemers die geen recht hebben op aftrek van voorbelasting.
In de praktijk kan men beter geen ontheffing vragen, maar verzoeken om jaaraangifte te mogen doen. De genoemde nadelen spelen dan niet. Het voordeel van de administratieve lastenverlichtingen is ook maar beperkt
te noemen: voor de later in te dienen aangifte voor de inkomstenbelasting zal men toch een (eenvoudige) administratie moeten voeren. Deze volstaat normaliter ook voor de omzetbelasting.
*¹ De kleine-ondernemersregeling geldt niet voor individuele personen die samenwerken in een maatschap, firma e.d., maar voor dat samenwerkingsverband in zijn totaliteit.
Een firma met 2 firmanten heeft dus slechts recht op één keer de vermindering.
De kleine-ondernemersregeling is niet bestemd voor rechtspersonen of combinaties van natuurlijke personen met rechtspersonen, maar gedurende de zogenaamde voorperiode waarin een BV nog in oprichting is, kan sprake
zijn van een samenwerkingsverband van natuurlijke personen. De BV in oprichting kan dan ook de kleine-ondernemersregeling toepassen, ook als de winst van de voorperiode wordt toegerekend aan de latere BV!
*² Indien de ondernemer geopteerd heeft voor BTW-belaste verhuur, dan moeten bij de berekening van de vermindering uit hoofde van de kleine-ondernemersregeling de wegens die verhuur verschuldigde omzetbelasting
en de aan die verhuur toe te rekenen voorbelasting buiten de berekening gelaten worden. De kleine-ondernemersregeling geldt dus alleen voor de overige belaste activiteiten die de verhuurder heeft.
*³ Na afloop van het (boek)jaar moet (op jaarbasis berekend) worden nagegaan of de voorlopige verminderingen niet te hoog of te laag zijn geweest. Zijn deze te hoog geweest, dan moet het verschil volgens de wet
in de eerste aangifte van het volgende jaar worden opgenomen als bij te betalen bedrag bij vraag 5d. Correctie in de laatste aangifte van het (boek)jaar zelf kan uiteraard ook.
Hetzelfde geldt indien de voorlopige verminderingen te laag zijn geweest. Dit corrigeert men ofwel in de laatste aangifte van het (boek)jaar zelf, of in de eerste aangifte van het daaropvolgende jaar.